Open avond HBO Drechtsteden 13-02-2019

Samen lezen over niet-weten

Verrassend was het. Ongewoon, iets vrij wonderlijks om te doen in een leiderschapsleergang. En wat was het leuk! Vooral om dit samen te doen, toch normaal gesproken zo’n individuele activiteit waar je wel of niet van houdt.

De korte, bovenstaande reflecties gaan over het samen lezen binnen de leergang Leidinggeven in het (Beroeps)onderwijs. Tijdens twee verschillende bijeenkomsten lazen we een stukje tekst. Dat deden we met de methode van close reading. 

Close reading
Dat werkt zo: om de beurt leest ieder een of meerdere zinnen hardop voor aan de groep. Na elke paar zinnen bespreek je met elkaar wat je samen denkt dat er nu eigenlijk heel precies (close) wordt bedoeld in deze zinnen, of met dat of dat woord. En nadat je de hele tekst zo samen hebt gelezen ga je met elkaar in gesprek. Dan komen vragen op als: wat roept de tekst op, wat raakt en  waarom lezen we deze tekst in een leiderschapsleergang? 

Twijfel productief maken
In dit blog vertel ik over de eerste tekst die we lazen. Dat was een subhoofdstuk uit “Leven is een Kunst – over morele ervaring, deugdethiek en levenskunst” (2013, p. 41-43) van filosoof/theoloog Paul van Tongeren. 
 
“Om goed te kunnen leven, is behalve consensus ook dissensus nodig” [p.42] schrijft van Tongeren. Bij consensus is sprake van eensgezindheid. Is er sprake van dissensus dan zijn de betrokkenen het niet met elkaar eens. Omdat we met zo heel veel mensen samenleven, betekent dat volgens Van Tongeren dat er heel veel verschillende opvattingen naast elkaar bestaan. Met die pluraliteit aan verschillende meningen worden we de hele dag door geconfronteerd. Dát maakt dat we niet anders kunnen dan de principiële twijfel over de juistheid van onze eigen mening toe te laten. Die twijfel, het niet-weten, moeten we met elkaar onderzoeken en erover met elkaar in gesprek gaan, bepleit Van Tongeren. Want dan kunnen we antwoorden zoeken op de vragen die we hebben: antwoorden die nergens klaar liggen, die nooit helemaal vast te stellen zijn, die door nieuwe antwoorden weer te ontkrachten zijn. Maar die ons hoe dan ook verder brengen. 

Wat riep de tekst op?
“Ineens”, zei een van de cursisten na het lezen van de tekst, “zie ik dat het altijd maar vanzelfsprekende ‘de neuzen allemaal dezelfde kant op’ om te kunnen spreken van voor iets draagvlak hebben misschien toch niet echt kan gaan over samen goed kunnen leven en werken. Wat Van Tongeren schrijft is best confronterend. Grotere eensgezindheid is wellicht nodig voor het overleven: in tijden van nood is onenigheid gevaarlijk. Als het klopt wat Van Tongeren schrijft, wat betekent dat dan voor ‘het verkrijgen van draagvlak voor ons onderwijs’? Wat is dan goede samenwerking? Hoe komen veranderprocessen goed tot stand? En vooral: hoe zit het in mijn eigen onderwijsleiderschapspraktijk?” 
Een andere cursist vroeg zich af of voor een schoolleider het niet-weten toelaten niet te kwetsbaar maakt: “hoe verhoudt zich dat tot het gezag dat je wilt uitstralen? Gezag geeft je immers ook de ruimte om soms impopulaire maatregelen door te voeren”. 

Ook kwam de vraag op hoe je dissensus er kunt laten zijn. Is het actief te organiseren? We deden meteen een poging daartoe. Dat experiment maakte voor iedereen duidelijk dat er snel iets geforceerds sluipt in het nadrukkelijk de deur open zetten voor dissensus. Het voorkomen dat er een taboe ontstaat op verschil in opvattingen, is wel nadrukkelijk onderdeel van leiderschap. Daar was iedereen het over eens.

Hanke Drop
Binnen de leergang Leinggeven in het voortgezet en beroepsonderwijs ben ik docent voor het onderdeel ‘de blik naar buiten’ + procesbegeleider van de groep cursisten.
Verder werk ik op Hogeschool Utrecht als projectleider en als senior onderzoeker. Beide functies vallen in het domein sociale innovatie. 

 

  • Samen lezen over niet-weten
Om deze video te bekijken dien je de cookies te accepteren en de pagina te refreshen.